Zuid-West Nederland

Haal meer uit de vloot

De huidige structuur en bedrijfsvoering van visserijondernemingen voldoet in veel gevallen niet meer aan de eisen van een moderne onderneming. Het doel van het project is de haalbaarheid te onderzoeken van ‘Flexibilisering en professionalisering’ van de visserijondernemingen om tot een optimale benutting van kapitaal en arbeid te komen. Om optimale randvoorwaarden te creëren zal ook de haalbaarheid van flexibilisering en professionalisering van beschikbare arbeid onderzocht worden.

Het project richt zich op de visserijbedrijven zelf. Welke stappen moeten ondernomen worden om te komen tot een flexibilisering en professionalisering van de vloot zodat een betere benutting van kapitaal en arbeid plaats vindt. Uiteraard moet dit leiden tot een rendabele visserij met een concurrerende kostprijs van het belangrijkste visproduct tong.

Met in eerste instantie 6 toonaangevende visserijbedrijven uit de regio zal gekeken worden naar hun huidige bedrijfspositie en naar de mogelijkheden om hun bedrijfsstrategie invulling te geven op weg naar een duurzame en rendabele visserij. Aanpassing van de bedrijfsmodellen en de bedrijfsvoering lijken hiervoor noodzakelijk, maar wat zijn de bedrijfsspecifieke knelpunten en oplossingsmogelijkheden. Op basis van deze ‘pilot’-bedrijven zal samen met het LEI een leidraad voor bedrijfsinnovatie opgesteld worden. Begeleiding van de bedrijven zal gecoördineerd worden door de UFA met ondersteuning van het accountantsbureau Baker Tilly Berk.

Een randvoorwaarde voor een andere operationele bedrijfsvoering is de beschikbare bevoegde arbeidscapaciteit. Door een gebrek aan bevoegde bemanning is het al voorgekomen dat schepen niet uitvaren cq na controle terug naar de haven moesten. Mede gezien de vergrijzing is arbeid mogelijk een beperkende factor. In het project is voorzien dat tien vakbekwame vissers ondersteund worden bij het behalen van hun vaarbevoegdheid om SW6-niveau.

Om vraag en aanbod bijeen te brengen wordt hierbij samengewerkt met het VIP-project ‘Minder vissen meer brood uit het water’ dat tot doel heeft een bemiddelingsbureau op te zetten. 

Resultaten

De resultaten en leermomenten zijn beschreven conform het voorgeschreven format van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Eindverslag project

Het project bestond uit twee hoofdonderdelen:

  1. Uitvoeren van EVC's en opleidngen
  2. Bedrijfsstrategieen gericht op toekomstgerichte ondernemingen

Uitvoeren EVC's en opleidingen

Uitvoeren EVC's en opleidingen. Van een tiental personen is de portfolio opgesteld en heeft de aanmelding bij SVO Lobeck en STC plaats gevonden. Dit proces heeft veel langer geduurd dan verwacht.  Uiteindelijk is helaas bij slechts 2 personen gestart met het EVC traject. Deze trajecten bleken niet af te ronden voor het einde van het project. Het uitwerken van het model van beschikbaarheid voor de 'grote' vloot is afhankelijk van het aantal personen die de EVC-trajecten met goed gevolg afleggen. Aangezien dit niet binnen de projectperiode plaats vond is deze activiteit niet uitgevoerd.

Ook het volgen en deelnemen aan opleidingen ten behoeve van het verkrijgen van het EVC is daardoor niet gerealiseerd. De ervaringen en activtieiten die verricht zijn om tot afgeronde EVC-trajecten te komen zijn opgenomen in een aparte rapportage van de heer Cramer. 

Verslag project “Haal meer uit de vloot/ EVC trajecten” en “Professionalisering staand wantvloot”

Bedrijfstrategieen

Voeren van gesprekken met ondernemers, oplossingsrichtingen

Met de verschillende ondernemers zijn in 2013 verdere gesprekken gevoerd. Een tweetal ondernemers (Tanis, Brinkman) willen met hun bedrijf enerzijds meer contact met de klant (meer eigen promotie) en direct contact met afnemers (incl. verpakken aan boord). In 2013 zijn twee pilots opgestart om verpakken aan boord en rechtstreeks leveren uit te proberen.

Met het bedrijf Lokker is gekeken naar de mogelijkheden van private equity. Met de ondernemers Sperling , Bijl, en Van Dam is vooral gekeken naar de mogelijkheden voor het samenwerken met collega-bedrijven en de strategie bij eventuele toestemming van meer pulsontheffingen. De verschillende oplossingsrichtingen en mogelijkheden zijn door Baker Tilly Berk in een rapportage beschreven.

Een van de oplossingsrichtingen betrof het samenwerken bij verkoop en promotie van het eigen product. In het project 'Innovatienetwerk Zuidwest Nederland' is een pilot uitgevoerd in samenwerking met de Agrimarkt. Op welke wijze samenwerking het beste vorm gegeven kon worden is onderdeel geworden van de activiteiten van Baker Tilly Berk. Zij hebben onderzocht welke juridische vorm het beste zou passen bij samenwerking met een verwerker en eventuele exploitatie van een eigen merk. Dit heeft nog niet geleid tot concrete uitvoering binnen de projectperiode, maar de verwachting is dat in 2015 concreet een samenwerkingsvorm tot stand komt. Hierbij zulen ook bedrijven betrokken zijn die geen aanvrager in het project Haal meer uit de vloot waren.

Een ander punt in de bedrijfstrategieen betrof een betere controle krijgen over de kwaliteit en hygiene van het eigen product. Aan het bedrijf Hakvoort Quality Services is gevraagd het proces en de verbetermogelijkheden te beschrijven in een rapport.

 

 

Terug naar het overzicht
Projectleider
R. Martens, Sparc Advies
Hoofdaanvrager
United Fish Auctions
Betrokken organisaties
• C. Tanis Jacz. & Zonen cv. Visserijbedrijf Tanis is eigenaar van de GO28, GO38 en GO48. • Vof C. en J. Brinkman. Visserijonderneming Brinkman is eigenaar van de SL42. • Vof Wed. ’t Mannetje en Zn. is eigenaar van de GO-4. De GO-4 beoefent voornamelijk de boomkorvisserij. . • Van Dam CV. Visserijonderneming Van Dam BV is eigenaar van twee kotters, de GO 31 en de GO 14. • Fa. Jan Lokker & Zonen. Visserijonderneming Lokker is eigenaar van de GO22 en de GO26. • C.V.M.M. Bijl. Visserijonderneming Bijl is eigenaar van de TH43. • Visserijvereniging Zuidwest. De Visserijvereniging vertegenwoordigt circa 60 visserijondernemers in de regio.
Startdatum
oktober 2011